Week van de Opvoeding – tip 4: Veerkracht verhogen

We leven in een drukke, prestatiegerichte maatschappij. Ook kinderen en jongeren voelen druk. Om goede cijfers te halen, om zinvolle hobby’s te hebben, om zich van hun beste kant te tonen op sociale media.
Van kinderen wordt gezegd dat ze erg veerkrachtig zijn: bij negatieve ervaringen of tegenslagen herstellen ze vaak sneller dan volwassenen. Toch verschilt dat ook van kind tot kind. Gelukkig kan je veerkracht trainen, net als een spier.
Dat gaat het gemakkelijkst met wat steun van jou als ouder. Zeker als er veel tegelijkertijd verandert, kan elk kind een steuntje in de rug gebruiken.
Hier zijn alvast enkele zaken waarmee jij en je kind aan de slag kunnen.

Leer je kind echt goed kennen
Als je regelmatig tijd maakt voor je kind, leer je het echt goed kennen. Kijk goed naar je kind, luister wat het zegt en niet zegt, hoe het dingen zegt. Dan kan je sneller reageren als het wat moeilijker gaat.

Heb aandacht voor veranderingen
Er zijn grote kantelmomenten in het leven van je kind: een scheiding, een verre verhuis, een prille verliefdheid of de eerste seksuele ervaring. Maar ook dagelijkse dingen kunnen veel invloed hebben: een ruzie met vrienden, een leerkracht waarmee het niet klikt of dat snel veranderende puberlichaam.
Probeer in periodes van verandering aandacht te hebben voor je kind. Hou rekening met zijn/haar gevoelens. En weet dat je kind zich vaak veel vragen stelt. Vragen als: hoe hou ik contact met mijn vrienden uit de vorige buurt? Wat kan ik zeggen om het weer goed te maken na een ruzie? Kan ik na de scheiding mijn verjaardag nog vieren met mama en papa samen?
Bedenk samen oplossingen voor dergelijke situaties waar je kind zich geen raad mee weet. Zo krijgt het meer grip op de veranderingen.

Aanvaard je kind zoals het is
Je kind onvoorwaardelijk graag zien: dat is het mooiste wat je kan doen als ouder. Met zijn eigen talenten en kwaliteiten. En zijn minder leuke karaktertrekken. Geef je kind de kans om fouten te maken en daaruit te leren. Wees ook mild voor jezelf: je helpt er je kind mee. Want erg perfectionistische ouders geven hun kinderen het signaal dat je nooit mag falen.

Verleg samen grenzen
Ga samen op zoek naar nieuwe ervaringen. Dat hoeft niets groots te zijn. Samen koken, een sjaal breien of een vogelhuisje bouwen, kunnen al succesmomenten zijn waardoor je kind meer zelfvertrouwen krijgt en zelf sneller iets onbekends gaat aanpakken. Want dankzij nieuwe indrukken groeit je kind.

Plan eens lekker niets
Leg de lat niet te hoog. Net als jij heeft je kind tijd nodig om tot rust te komen. Laat het gerust een tijdje rondhangen, laat het dagdromen of zich vervelen: dat zijn momenten waarop een mens zich oplaadt. Een hobby hebben is fijn en verrijkend, maar een te drukke agenda kan onrust en stress veroorzaken.

Praten helpt
Laat je kind merken dat het zijn verhaal bij je kwijt kan. En als je niet onmiddellijk een antwoord of advies klaar hebt, vermijd dan oneliners als “Het komt allemaal wel goed” of “Zo erg is het niet”. Geef gewoon toe dat je het als volwassene zelf niet zo goed weet. Daar is niets mis mee.
Je kind heeft vooral een persoon nodig tegen wie het zijn emoties kan uiten. Soms gaat dat makkelijker bij iemand anders dan papa of mama. Aanvaard dat je kind zijn hart uitstort bij een familielid, leerkracht of vriend en ga niet vissen naar wat er gezegd is.

Laat je kind een eigen mening vormen
Een zelfbewust kind kan sneller ‘nee’ zeggen tegen wat het niet leuk vindt. Het werkt zo aan een positief zelfbeeld. Geef je kind de kans om thuis te oefenen om een eigen mening te vormen. Geef je kind inspraak in de regels en afspraken die thuis gelden of wanneer je belangrijke beslissingen moet nemen.

Train je kind in veerkracht
Vraag bijvoorbeeld: “Hoe voelt het als je stress krijgt?” Probeer zo concreet mogelijk te blijven: “Voelt het als een borrelen in de buik? Als een vulkaanuitbarsting die eruit wil? Als beestjes in je hoofd?”
Een dagboek kan helpen om te ontdekken wanneer negatieve gevoelens de kop opsteken. Voelt je kind bijvoorbeeld elke zondagavond kriebels in de buik en kan het slecht inslapen, dan heeft het misschien te maken met de schoolstart op maandag.
Wat ook rust brengt: samen de stappen overlopen om een probleem of vervelende situatie aan te pakken. Begin met: “Wat is het probleem?” Kijk dan: “Welke zijn de mogelijkheden om er iets aan te doen?” Kies er samen eentje uit en kijk of het werkt. Zo leert je kind dat het zelf een rol kan spelen in de oplossing van problemen of lastige situaties.

Bron: www.groeimee.be